DURE BLUNDER

In elke zesjarige zittingsperiode valt er wel een klucht voor in Beringen. In 1994-2000 waren er de nagelnieuwe gordijnen van de burgemeester die als oud huisvuil naar het containerpark werden afgevoerd. Tijdens de legislatuur 2000-2006 waren er de bewuste kladblokken van schepen Koçak. Het oud papier dat slechts aan één kant was beschreven zou worden gerecycleerd tot kladblokken. Maar op de niet-blanco-kant was heel wat vertrouwelijke informatie over het personeel te vinden, omdat ook confidentiële documenten werden gebundeld tot kladpapier. Uiteindelijk werd het project terecht afgevoerd. En ook deze legislatuur maken we weer een leuke farce mee. Het stadsbestuur trok 6.000 euro uit voor de verwerving en heroprichting van een barak uit het vroegere Baltisch Kamp aan de voet van de mijnterril. Dit soort barakken werden tijdens de oorlog gebruikt voor dwangarbeiders afkomstig uit Oost-Europa die arbeid moesten leveren voor de Duitse bezetter. Eerst bleek dat de barak die men had gevonden niet authentiek was: ze had nooit in het Baltisch Kamp gestaan. Die 6.000 euro bleek dus nogal een dure investering. Maar goed, men zou het dan maar doen met een exemplaar dat op een authentieke barak geleek. Wat blijkt nu? Het betaalde exemplaar van de barak is niet alleen niet origineel, het werd inmiddels ook door een aannemer met de bulldozer platgewalst. De stad is dus 6.000 euro kwijt voor iets dat vernietigd is en dus niet kan heropgebouwd worden. Zo houdt het stadsbestuur de traditie van de elke legislatuur weerkerende blunder netjes in stand.